antonín dvořák (1841-1904) is de belangrijkste tsjechische componist van zijn tijd.
Hij werd ontdekt door brahms en was enige tijd directeur van het eerste conservatorium
van de verenige staten. Hij staat bekend om zijn symfonieën (o.a. "uit de nieuwe
wereld"), zijn celloconcerto, zijn slavische dansen en zijn kamermuziek. Van zijn
vier pianotrio's is het laatste, het zogenaamde dumky-trio, het bekendst. Opus 65
gaat aan dit trio vooraf en hoeft er geenszins voor onder te doen. Het werk dateert
van 1883. Het is een immense partituur en een van de meest geslaagde werken van de
componist, bovendien een van zijn meest persoonlijke. Het trio is uniek door zijn
sombere, opstandige maar tegelijk berustende inhoud en door zijn compacte schrijfwijze,
precies en evenwichtig -- een soort zuiverheid van vorm die in dialoog treedt met
een flinke scheut zigeuner-achtige agitatie.
trio f-moll op.65
I allegro ma non troppo
II allegretto grazioso
III poco adagio
IV finale -- allegro con brio
