de letse componist peteris vasks (1946) genoot zijn opleiding in riga en in de litouwse muziekacademie van vilnius. Van 1963 tot 1974 was vasks als kontrabassist lid van diverse symfonische orkesten en kamerorkesten, onder meer de litouwse philharmonie, het lets philharmonisch kamerorkest en het orkest van de letse radio en tv. Vasks verwerkt soms archaïsch-folkloristische elementen uit letland in zijn composities. De verhouding tussen mens en natuur, de schoonheid van het leven en de dreiging van ecologisch en moreel verval zijn thema's die de componist erg bezighouden. Deze spirituele bekommernissen brengen hem in de buurt van olivier messiaen, de grote franse componist uit de vorige eeuw, aan wie vasks zijn partituur opdroeg.

 

episodi e canto perpetuo für violine, violoncello und klavier (duur 26 min)

(hommage à o. messiaen) 1985

 

"1985 schrieb ich mein Klaviertrio episodi e canto perpetuo. Es beschreibt eine schwere Reise durch Elend, Enttäuschung und Leiden der Liebe entgegen, die den Schwerpunk des canto bildet.

Episodio I (crescendo): die gleichmäßige dynamische Steigerung führt langsam zu einer spannungsvollen Atmosphäre

Episodio II (misterioso): Blick auf die schlafende Erde in einer stillen Nacht

Episodio III (unisoni): Maskierter Tanz vor dem Hintergrund einer phantastischen Landschaft

Episodio IV (burlesca I) beruht auf einem kraftvollen und aggressiven Thema; der kontrastierende Teil ist bitter ironisch

Episodi V (monologhi): ein Versuch, das gesamte Geschehen zu erkennen und zu verstehen

Episodio VI (burlesca II): die Bilder von Episode IV kehren mit gesteigerter Intensität und Aggressivität zurück; der düstere Höhepunkt des Werkes

Satz VII (canto): ein weit gespannte Melodie der Violine steht alleine, während der Höhepunkt verblaßt. Sie wird vom Violoncello und anschließend durch beide Saiteninstrumente in Oktaven fortgeführt

Satz VIII (apogeo e coda): der emotionale Höhepunkt des Werkes. Violine und Cello singen in exponierter Tonlage, begleitet von weiträumigen Klavierakkorden. Die Intensität läßt gleichmäßig nach, der Klang wird immer weicher, heller und höher.

Die acht Sätze dieses Stückes sollen ohne Pause gespielt werden.

Episodi e canto perpetuo ist in Gedenken an den großen Komponisten des 20. Jahrhunderts, Olivier Messiaen, gewidmet."

Peteris Vasks

 

 

“Episodi e canto perpetuo (1985) beleefde het jaar daarop zijn première in de Letse Academie voor Muziek (26 april 1986). Intussen is Peters Vasks zowat de nationale componist van Letland. Vroeger was hij werkzaam als contra-bassist bij het Letlandse operaorkest, toch was hij niet ongevoelig voor de Estlandse componist Arvo Pärt, de Poolse componist Henryk Mikolaj Górecki en de Georgische composities van Giya Kancheli. Om iets te begrijpen van de intensiteit van Vasks' verbondheid met zijn Letse luisteraars, moet je iets begrijpen van de geschiedenis van het land, van eeuwen van bezetting en onderdrukking door verschillende buurlanden, van volkerenmoord en massadeportaties en algehele smart. Pas in 1991 verwierf Letland eindelijk zijn onafhankelijkheid, en de wonden uit het verleden zijn nog niet geheeld, het laatste is duidelijk hoorbaar in de muziek van Vasks. In Episodi e canto perpetuo is een zeker gevoel van nostalgie hoorbaar, maar er zijn ook grote idealen en verheven ideeën aanwezig in het werk. Daar waren de uitvoerenden zich dan ook van bewust. Vasks had heel wat geleerd en was in zekere mate een enorm bewonderaar van de grote Franse componist Olivier Messiaen, aan wie het werk ook opgedragen is. Vasks wilde van bij het begin dat de acht bewegingen (zes episodes, één canto en tenslotte één apogeo e coda) zonder onderbreking zouden worden uitgevoerd. Een voorwaarde waaraan ook het Argandi Trio zich hield. Vanaf de eerste zeer sfeervolle inleiding door de piano die zich verder zeer ritmisch ontwikkelde en aangevuld werd door de viool en de cello, ging die zich in de tweede episode bijna "prepared" uitten met daarbij ontroerende viool- en celloklanken. Via dans-achtige muitstapjes naar de volksmuziek, de heftige botsingen tussen de drie instrumentalisten en virtuoze uitbarstingen tot aan het slot in tedere lichschakeringen, zat het publiek op het randje van de stoelen en hield zijn adem in. Er was tijdens de uitvoering een volledige emotionele betrokkenheid bij de aanwezigen, met enerzijds de eerbied van een kerkdienst en de spanning van een James Bond-film. Bij zo'n uitvoering gaf het Trio uiting van wat ons ontbrak in het echte leven: zij droomden over vrijheid . . . en ook in hun overbrengen van Vasks' boodschap ontdekten velen dat veel mensen innerlijk en spiritueel onvrij zijn . . . Zij voerden een "meesterwerk" uit dan voor velen een emotionele krachttoer bleek en dat ook lieten blijken in hun passioneel applaus!”

 

Wilfried van Landeghem